Rijstvogels

Wie ben ik.

Sinds 1966 ben ik actief fokker van zangvogels en kromsnavels . Het is teveel om op te noemen welke soorten de revue hebben gepasseerd.  Sinds 2010 ben ik actief bezig met de rijstvogels.

Om een goede stam te maken ben je aangewezen op de wat serieuze kwekers. Helaas staat de hobby onder druk wat voor en tegens  heeft. Zo heb ik de gelegenheid gehad om enkelen stammen rechtstreeks bij serieuze fokkers over te nemen  die door leeftijd of een anderen reden gingen stoppen.

Momenteel kan ik melden dat de volgende kleurslagen in de uitdaging staan om een goede TT kwaliteit te fokken. Of misschien makkelijker de kleuren die er niet zijn : Topaas en Agaat  en alle varianten daaruit . Neemt niet weg dat als er een gelegenheid zich voordoet om een kwalitatieve goede vogel te bemachtigen dat deze toegevoegd zullen worden aan het bestand.

Waarom verdwijnen de padda vogels op onze tentoonstellingen?

Deze vraag stellen we ons ieder jaar meer en meer. Deze prachtige vogels of het nu een grijze is of een mutant het blijft een prachtige en aantrekkelijke vogel. De kweek gaat meer en minder van deze vogels, hoeveel liefhebbers zijn er al niet gestopt met ze te kweken. Wij kunnen enkel naar de reden maar vermoeden maar echt weten we het niet.

Wanneer we het vragen aan exotenkwekers krijgen we verschillende redenen. Als meest voorkomend antwoord krijgen we te horen: ”Deze vogel heeft afgedaan”, “We krijgen geen waardering voor al het werk dat we er aan hebben, nog bij de liefhebbers nog bij handelaars nog bij de keurmeesters”.
Veel liefhebbers halen ook aan, er zijn naast de grijze en de witte zijn er veel te veel mutanten en we zijn zo verplicht om veel te veel kleurslagen te kweken met daarbij een gans pak splitvogels om mee te kunnen in de mutatiekweek.
De padda is een moeilijke vogel voor af te richten en niet goed afgericht geen punten op de keuringen.
Daarnaast is de verkoop sterk gedaald en de handelaars geven ons maar een aalmoes meer, ze zijn het kweken niet meer waard.
Als laatste opmerking “de keurmeesters waarderen ons werk niet meer” ze krijgen te weinig punten, ze beoordelen ze veel te streng.

Wanneer we deze opmerkingen stap voor stap gaan onderzoeken stellen we het volgende vast. De evolutie binnen de vogelsport is wel voor sommige liefhebbers moeilijk te volgen. Wanneer men de mutanten links laat liggen en zich enkel bezig houd met goede grijze of witte te kweken zullen deze vogels wel hun punten krijgen en zullen zeker van de hand gaan. Zoek maar eens achter goede grijze of witte.

Wanneer men mutanten wilt kweken is dat een keuze van de liefhebber zelf en weet ge dat bij deze veel komt kijken. Eén de vererving, twee uw wildkleur kunt ge niet missen en een goede basis moet ge hebben om goede mutanten te kunnen en blijven  kweken. De vererving kunt ge krijgen bij de speciaal clubs, die zijn er om hun leden bij te staan. Wanneer ge geen goede vererving hebt naast een goede boekhouding gaat het voor sommige wat boven hun petje en in alle vogelsoorten krijgen we weinig jonge liefhebbers bij.

Ook de voeding speelt een grote rol in de kweek van goede vogels. De evolutie bestaat ook in de voeding en vele vergeten dat. Een padda is een vogel die grof eten nodig heeft en geen gewone exotenmengeling. Deze informatie krijgt ge ook in de speciaal clubs. Daarnaast stellen we vast dat verschillende liefhebbers na vele jaren het zelfde hebben gekweekt graag eens iets anders gaan kweken. Nu ze bezig zijn om de import te beperken zouden we alle liefhebbers willen aanraden tweemaal na te denken en zeker niet te vlug af te haken. Om deze reden raden we de enkele padda kwekers aan om hun goede padda’s nog effen te behouden en verder te kweken want binnen enkele jaren zullen vele vogels schatten kosten of weg zijn en er niet meer aan te geraken.

Het genus Padda is nauw verwant aan het genus Lonchura. Wel zou het zich al vrij vroeg in de ontwikkeling van de Lonchura's hebben afgescheiden, om dan zelfstandig te ontwikkelen in twee soorten.  
Argumenten die hiervoor spreken zijn ondermeer: het formaat, het missen van de verlengde middelste staartpennen en de gehemelte tekening van de jonge rijstvogels die eenvoudiger is van patroon dan die bij de Lonchura's.

Er zijn 2 soorten, die het genus Padda vormen:
            - Timorrijstvogel (Padda fuscata)
            - Rijstvogel (Padda oryzivora)

Waar komen ze vandaan?

Van oorsprong komt de rijstvogel voor in Indonesië meer bepaald op de eilanden Java, Bali en Bawean. Vandaar uit zijn ze geïntroduceerd of soms ontsnapt. Op die manier zijn er populaties ontstaan in zuidoost Azië, in sommige delen van India, Sri Lanka, Birma, Thailand, Filippijnen, Hawaï en zelfs in de Verenigde Staten. De V.S. heeft zelfs een import verbod ingevoerd omdat ze zich nogal snel voortplantten en een plaag werden.
De Timor rijstvogel komt alleen voor op de Indonesische eilanden Timor, Semau en Rote.

TIMOR RIJSTVOGEL
    Wetenschappelijke naam:     Padda fuscata.
    Duits:                                   Timor Reisfink.
    Engels:                                 Timor Java Sparrow.
    Frans:                                  Padda du Timor.

In goede conditie is de Timor rijstvogel in het bezit van zeer weinig foutbronnen. Het is van belang te letten op kleurregelmaat en de kleurafscheiding tussen de diverse kleurvelden. Ondanks het geringe formaat, vooral in vergelijking met de rijstvogel, mag de Timor rijstvogel niet de indruk geven tenger te zijn.
                       
Timor padda’s zijn allesbehalve talrijk aanwezig op tentoonstellingen en worden momenteel niet zoveel gekweekt. Nochtans verdient de Timor padda het om net als de gewone padda een cultuurexoot te worden.

RIJSTVOGEL
    Wetenschappelijke naam:  Padda oryzivora
    Duits:                                   Reisfink.
    Engels:                                 Java Sparrow.
    Frans:                                  Padda du riz.

De boeren beschouwen hem in zijn thuisland als schadelijk omdat hij de oogst zou plunderen. Hij heeft zich goed verspreid en nestelt in de onmiddellijke omgeving van mensen: in steden, onder daken van huizen, in parken en schuren.
Oorspronkelijk voedden de rijstvogels zich met wilde rijst, maar daar laten ze het niet meer bij. Ze eten allerlei zaden, maar ook etensresten. Alleen tijdens de rijstoogsten herinneren zij zich hun basisvoeding en strijken dan in zwermen neer in de sawa's. Ze zijn totaal niet onder de indruk van vogelverschrikkers, het geschreeuw van mensen of andere pogingen om hen te verdrijven.

Voeding

In gevangenschap hebben ze nood aan een grovere zaadmengeling dan deze voor kleinere exoten. Bijgevolg dient men parkietenmengeling zonder zonnepitten te verstrekken aangevuld met gepelde haver en padyrijst. Eenmaal per week wordt trosgierst verstrekt. Tijdens de kweek geef ik eivoer aangevuld met wat pinkies.

Seksen

Het onderscheid tussen man en pop is niet zo eenvoudig. Toch heeft een man vaak een bredere bek die hoger komt, vaak zelfs boven de kop. Ook is de bek vaak dieper rood en over het algemeen iets meer kegelvormig. Die van de pop eindigt eerder op een punt en is smaller. Ook de oogring is bij de man vaak dikker en dieper rood. Toch is het meest betrouwbare onderscheid de zang van de man.

Kweek

De kweek kan gebeuren in kweekkooien van 40cm x 40cm x 40cm. Als nestkast neemt men best een parkietennestkast zodat de jongen voldoende ruimte hebben om zich te ontwikkelen. Een standaard exotennest is veel te klein voor pakweg 5 jonge padda’s. Mijn nestkasten meten 15cm x 15cm en zijn 24 cm hoog. De diameter van het invlieggat bedraagt 6 cm. Deze nestkasten worden aan de buitenzijde bevestigd en volgepropt met kokosvezel.
           
Daarin legt het vrouwtje 7 tot 9 eieren, die na 18 dagen uitkomen. Na 3 tot 4 weken verlaten de jongen het nest en zijn dan herkenbaar aan hun afwijkende snavelkleur: zwart bij de grijze en bleek bij de witte rijstvogels. De jongen gaan ’s avonds nog in het nest slapen en kunnen zo eventueel een volgend legsel beschadigen of bevuilen.

Mutaties

De grijze is de wildkleur. Intussen bestaan er echter al vele mutaties. Onder andere de witte (met zwarte ogen), de witte roodoog, de bruine (soms foutief isabel genoemd omwille van de rode schijn in de ogen), de opaal en de pastel. Ook worden er al mutatiecombinaties gekweekt vb. bruinopaal, bruinpastel,…

PADDA GRIJS

Bij het selecteren van grijze padda’s voor de tentoonstelling letten we vooral op een goed formaat en model gecombineerd met een goede houding. Meestal zijn de mannen iets groter dan de poppen. Hierdoor zijn ze dus beter geschikt voor de tentoonstellingen. De kop moet mooi rond zijn. Platte koppen zijn uit den boze.

Ook de bevedering moet ongeschonden (rafelige pennen komen vaak voor) en gesloten zijn. Open bevedering op de borst komt nogal eens voor. Bij voldoende natspuiten met lauw regenwater zal dit euvel na verloop van tijd verholpen zijn.

Bovendien letten we op een egale borst- en rugdekkleur zonder bruine aanslag. Jonge vogels tonen vaak nog bruin in de vleugelpennen. Een lichte bruine aanslag is toegelaten in de A -klasse maar tracht deze te vermijden. Vandaar dat men padda’s best in de winter kweekt zodat ze ruim de tijd krijgen om te ruien tegen de tentoonstellingen. Op die manier heeft de liefhebber ook voldoende tijd om hen af te richten. De veelbelovende exemplaren plaatst men best in een TT -kooi en men tracht hen zoveel mogelijk nat te spuiten. In het begin zal de vogel wild tekeer gaan, wat zal resulteren in gerafelde pennen (vergeet ze niet te trekken vóór de TT). Weet echter dat de aanhouder wint. Handopfok bij padda’s is zeker geen noodzaak.

Er dient eveneens een duidelijke en scherpe aftekening te zijn tussen borst en buik. Ook de helder witte wangvlek dient scherp afgelijnd te zijn. Bruine aanslag in de wangvlek is foutief.
Het onderlijf mag niet te licht van kleur zijn. Als de padda in conditie is zal de bek en oogrand dieprood zijn. Let er ook op dat de oogrand ononderbroken is.

Wil men grijze padda’s kweken voor de tentoonstelling dan doet men er goed aan zuiver grijze aan elkaar te paren. Alle mutaties die eventueel ingekweekt worden zijn “verlies”mutaties en kunnen niets bijdragen aan de wildkleur. Ook dient men op te letten voor bontvorming, vooral onder de snavel. Hierop dient men zeer streng te selecteren!!

 

De rijstvogel genoemd (latijnse naam Lonchura oryzivora). 

Hij heeft een zwarte kop met witte wangen en een rood snaveltje. De bovenzijde en borst zijn blauwgrijs en hij heeft een zwarte staart. De buik is lichtgrijs met een roze tint.

De rijstvogel heeft een totale lengte van 14 tot 15 centimeter.[2] Het mannetje en vrouwtje zijn vrijwel identiek.

Verspreiding en leefgebied

Hij komt oorspronkelijk alleen voor op Java en Bali. In de vorige eeuw werd de vogel daar nog vaak als een plaag beschouwd voor de rijstbouw. Via uit gevangenschap ontsnapte dieren ontwikkelden zich verwilderde populaties in Sri-Lanka, het schiereiland Malakka, de andere Grote Soenda-eilanden, de Filipijnen, Christmaseiland, Fiji, Mexico, Puerto Rico en de Verenigde Staten.

Rijstvogels waren vóór de jaren 1960 algemeen voorkomende vogels op Java en Bali in een groot aantal landschapstypen zoals dorpen, steden, gebieden met rijstbouw, graslanden, bossavannes en bossen langs kusten zoals mangrove.

Status op de Rode Lijst

De massale jacht op deze vogel voor de siervogelhandel, die in de jaren 1960 en 1970 een hoogtepunt beleefde, heeft geleid tot een enorme daling in aantallen. Ook de elders verwilderd populaties staan bloot aan de jacht en vangst voor de siervogelhandel of blijven klein en breiden zich niet uit. Om deze redenen staat de rijstvogel als kwetsbaar op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

De rijstvogel staat verder in de Appendix II van de CITES-overeenkomst, daardoor wordt de handel in wilde vogels gebonden en speciale vergunningen.

Verzorging als kooivogel

Deze vogel is vrij makkelijk te houden ook in een buitenvolière, maar kan niet goed samen met kleinere soorten. Hij is wel vrij makkelijk aan het broeden te krijgen en wil ook regelmatig in bad. Zijn voer bestaat uit (uiteraard) rijst, wit milletzaad, gierst, haver, kanariezaad, en veel groenvoer. Daarnaast moet vers drinkwater, grit en maagkiezel altijd ter beschikking staan.

                      

Timorrijstvogel (Padda fuscata)

Rijstvogel (Padda oryzivora)